Kies partij

Ga binnen door de nauwe ​poort,
want wijd is de ​poort​ en breed is de weg die naar het verderf leidt, 
en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan;
maar de ​poort​ is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt,
en weinigen zijn er die hem vinden.
Matteüs 7:13-14

 

De Heer Jezus is hier heel duidelijk in zijn aansporing en waarschuwing.
Let op welke weg je kiest in dit leven. Niet alle wegen leiden naar Rome en slechts één weg leidt naar de hemel.
En die weg heet Jezus.

Afgelopen zondag werd nog eens benadrukt hoe belangrijk het is om bewust met deze keuze om te gaan:
Voor wie ben je? In wiens kamp zit jij?
Zelfs triviale zaken als een voetbalclub kunnen hevige emotionele binding geven, zeker als een van je (klein)kinderen actief sport.
Voor wie ben je? Dat is een keuze.

In deze wereld zie je verschillende spelers van verschillende kampen rondlopen.
Vanaf het moment dat je Jezus leert kennen is niet moeilijk partij te kiezen.
Ik ben voor Jezus, en daarom voor ieder mens – in het bijzonder diegenen die in de verdrukking zitten.
Ik ben voor Jezus, en daarom voor Israël – los van de vraag of alle politieke beslissingen van Israël juist zijn.
Ik ben voor Jezus, en daarom pro-life – het ongeboren leven is door Hem geschapen en daarom heilig en beschermwaardig.
Ik ben voor Jezus – dat mogen we vol passie en emotie uitroepen in deze wereld,
juichend bij elke overwinning (genezing, bevrijding, zegen, bekering),
geraakt bij elke situatie waarin we mensen onrecht zien lijden, tekort komen, bedreigd worden.

Jezus zegt: kies de smalle weg en de nauwe poort. De weg heet Jezus. De poort ook.
Alleen door Hem vinden we het echte leven in plaats van de dood.
Nee, dan kan je niet meer zomaar alles doen wat je wilt of wat goed voelt.
Ja, dan wordt het leven onvergelijkelijk rijk en vervullend, zinvol en doelgericht.

En de winst staat vast.

 

Onze Vader

Bidt​ u dan zo: Onze Vader
Matteüs 6:9

 

Jezus geeft onderwijs aan Zijn leerlingen.
In Matteüs 5,6 en 7 lezen we hoe we mogen leven in Gods Koninkrijk.

Vanaf vers 9 leert Jezus zijn leerlingen het ‘Onze Vader’.
De Heer heeft net duidelijk gemaakt dat je geen eindeloze gebeden moet prevelen,
in de hoop dat de inspanning van veel woorden de kans vergroot op verhoring.
Jezus zegt: dat moet je niet doen, zo is God helemaal niet.
De Almachtige weet allang wat je nodig hebt. Gebruik daarom weinig woorden.
Bid eenvoudig, persoonlijk.

De belangrijkste reden waarom we ellenlange gebeden achterwege mogen laten,
geeft Jezus in de eerste twee woorden van het gebed.

Onze Vader…

Jezus had allerlei beginwoorden kunnen aanreiken:
“Almachtige”, “Schepper van hemel en aarde”, “Eeuwige”, “Hoogverhevene”,
“Alomtegenwoordige”, “Rechter van al het leven”, “Herder”, “Heilige God”, enz.
Allemaal gepaste manieren om de Here God aan te spreken, omdat ze allemaal waar zijn.

Maar Jezus zegt: als jullie gaan bidden, spreek God dan aan als Vader in de hemel.
Dat is zo’n fundamentele openbaring van dit voorbeeldgebed, en van de hele bediening van de Heer Jezus.
God is jouw hemelse Vader.

Maar nu hebben we het eerste woord overgeslagen.
Jezus zegt: “Als jullie bidden, bid dan zo: Onze Vader”.
De Heer maakt duidelijk dat Hij verwacht dat Zijn leerlingen samen zullen bidden.
Samen bidden – daar gaat Jezus van uit als Hij ons het voorbeeldgebed geeft.
Samen mogen we weten: God is onze Vader.
Zo persoonlijk, zo dichtbij, zo benaderbaar.
En daarom horen wij bij elkaar, onlosmakelijk.

Al het andere is Hij ook: Almachtig, Schepper, eeuwig, verheven, alomtegenwoordig,
Rechter, Herder, heilig. Maar Hij is vooral voor jou en mij:
onze onvoorwaardelijk liefhebbende Vader in de hemel!
Dat is het belangrijkste.

Doe het voor God

Uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.
Matteüs 6:4,6,18

 

Kijk even mee naar het begin van Mt. 6.
Daar heeft de Heer het over 3 zaken:
het geven van aalmoezen (“Wanneer u dan een liefdegave geeft…” vers 2),
bidden (“En wanneer u bidt…” vers 5)
en vasten (“En wanneer u vast…” 16).
Bij alle drie geeft Jezus een advies en een belofte.

Advies:
Doe deze (goede!) dingen niet om door mensen gezien en geëerd te worden.
De Heer weet namelijk dat we geneigd zijn veel waarde te hechten aan de mening van andere mensen.
Een goede indruk maken kan zo belangrijk zijn, dat we zelfs de neiging kunnen hebben ons beter voor te doen dan we zijn, toch?
Als je gerechtigheid beoefent – geeft, bidt of vast – doe het voor God. Mensen hoeven het niet te zien, maar de Heer ziet het wel.

Belofte:
De Heer zal je belonen. Het is belangrijk om dit op waarde te schatten.
Het is niet zo dat God het ons moeilijk wil maken. Hij wíl juist graag belonen.
Het principe is echter: je krijgt wat je zoekt. Als je eer van mensen zoekt en je krijgt die, dan heb je wat je zocht.
Dan kan God je niet meer belonen, omdat je het ten diepste niet voor Hem deed.
En God ziet het hart aan. Je kan Hem nooit om de tuin leiden. Hij kent onze diepste verlangens.
Het verlangen van God wordt ook glashelder: Hij wil je graag belonen.
Daarom zegt Hij: zoek daarom geen waardering en eer van mensen als je goed doet.
Doe het voor Mij en geef Mij zo de kans om je te belonen.

“Uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden” (vers 4, vers 6 en vers 18).

Vergeef

Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei:
“Hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven?
Tot zevenmaal toe?”
Jezus zei tegen hem: “Ik zeg je, niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maar zevenmaal.”

 

Afgelopen zondag hebben we geluisterd naar Jezus’ onderwijs over vergeving.
Helder onderwijs, bijzondere getuigenissen en veel mensen die de keuze maakten om te vergeven.

Jezus wijst Petrus en diens collega leerlingen (incl. onszelf anno 2019) op de weg van volkomen vergeving.
Zeven keer vergeven leek Petrus meer dan redelijk – 7 is immers het getal van de volheid.
“Als iemand zeven keer tegen je zondigt, is de maat toch wel vol, Heer Jezus?”, lijkt Petrus te vragen.

Twee dingen over de praktische kant: hoe werkt dat dan, vergeven?

  1. Maak de balans op.
    Houd een inventarisatie wat de ander precies van je gestolen heeft.
    Elke zonde die iemand tegen je begaat, rooft iets van je: vertrouwen, veiligheid, rust, geld, enz.
    Dit stuk heeft te maken met de waarheid: wat heb je geleden?
  2. Vergeef volkomen.
    Laat het los. Het oordeel en alle bitterheid en wraakgevoelens.
    Bid zelfs voor degene die je iets aangedaan heeft.
    Dit stuk is onmogelijk, tenzij je eerst bewust van Jezus Zijn genade en vergeving voor jou aanneemt.
    Alleen dan, kan je uit de overvloed van Zijn genade op jouw beurt genade uitdelen.

Resultaat: je bent vrij en supersterk in Christus.
Jezus zegt: je moet vergeven.
Dat is niet om het ons moeilijk te maken, of om ons te plagen met onmogelijke opdrachten.
Dat is om ons dicht bij Zich te krijgen en volkomen vrij van de ellende die ons is aangedaan.
Hij houdt van ons en wil het beste voor ons. Daarom zegt Hij: tot zeventig maal zevenmaal.

Luister naar Jezus

Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.
Matteüs 5:48

 

Afgelopen zondag lazen we uit de Bijbel.
Dat is op zich niet zo bijzonder – dat doen we elke week.
Deze week mocht op deze wijze echter Jezus preken.

We lazen Matteüs 5, gewoon het hele hoofdstuk.
Daar staat het eerste onderwijs van de Heer zoals Matteüs dat weergeeft in zijn evangelie.
Als de Heer Jezus nog maar net met zijn bediening begonnen is, volgt Hem al snel een massa mensen.
Zij hebben gehoord dat Jezus geneest en bevrijdt. Mensen brengen hun zieken en bezetenen ‘en masse’
en Matteüs vertelt ons: “En Hij (Jezus) genas hen. En grote menigten volgden Hem (overal vandaan).”
Matteüs 4:24-25.

Het vijfde hoofdstuk begint als volgt:
“Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem.
En Hij opende Zijn mond en onderwees hen.”
Dan volgen drie hoofdstukken onderwijs (Matteüs 5, 6 en 7).

Jezus zag de menigte en klom een berg op.
Bovengekomen lezen we alleen van Zijn leerlingen.
Kennelijk is niet iedereen met Hem mee geklommen.

Willen we Jezus volgen, ook als we daarvoor eerst bergop moeten, ook als het moeilijk is?
Wie Jezus gelooft, volgt Hem.
Wie Jezus vertrouwt, luistert naar Zijn woorden.
Wie Jezus toegewijd is, doet wat Hij zegt, omdat Hij het zegt, uit vertrouwen en geloof.

Lees Matteüs 5 nog eens na.
En laten we doen wat Hij zegt.
Hij weet wat goed voor ons is.
En hé, Hij houdt van je!

NB: Hij zegt je niets te doen wat je niet waar kan maken,
omdat Hij Zelf Zijn Woord waar maakt.
Volg Jezus, luisterend naar Hem, vervuld door Zijn Geest.
Dan doet Hij het in jou. Dan maakt Hij je gaandeweg volmaakt.
Luister naar Jezus.

Jezus kocht een volk

Want de zaligmakende (reddende) genade van God is verschenen aan alle mensen
en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen
en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven…

Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid
en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
Titus 2:11-12,14

 

Zonder God in je leven is het niet gebruikelijk offers te brengen voor anderen,
omdat het devies van de wereld nu eenmaal is: red jezelf.
Niet voor niets werd dat zelfs Jezus naar het hoofd geslingerd toen Hij aan het kruis stierf.

Op het moment dat je Jezus leert kennen en je aan Hem overgeeft verandert alles en dat is positief.
Jezus leert je leven voor iets veel groters:
Gods Koninkrijk, eeuwig leven en de redding van mensen voor de eeuwigheid.

Jezus roept ons tot een ander leven, een leven waarin we eerst geven aan Hem,
en daarna kijken wat er over blijft voor onszelf. Heel concreet:
In de gemeente geven we eerst tijd en geld aan Gods Koninkrijk.
Onze eerste prioriteit is te investeren in de redding van mensen,
om daarna te kijken hoe we de rest zo goed mogelijk aan onszelf, ons gezin enz. kunnen uitgeven.

Hoe meer we kunnen geven, hoe rijker we zijn.

Nieuw

Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden.
Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten?
Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.

De dieren van het veld zullen Mij eren – jakhalzen en struisvogels –
want Ik zal water geven in de woestijn, in de wildernis rivieren,
om Mijn volk Mijn uitverkorene, te drinken te geven.

Dit volk heb Ik Mij geformeerd.
Zij zullen Mijn lof vertellen.
Jesaja 43:18-21

 

Met Oud en Nieuw denken we vaak terug aan het afgelopen jaar.
Wat is er allemaal gebeurd en wat hebben we allemaal meegemaakt?
Waar zijn we dankbaar voor en waar kunnen we van leren?

De Bijbel roept ons in Jesaja 43 een andere kant op:
Denk niet aan het verleden, maar richt je op het nieuwe wat God gaat geven.
Het is binnen handbereik.

Het nieuwe wat God geeft gaat over bevrijding uit de woestijn, uit de wildernis.
De woestijn is de plek waar het leven bedreigd wordt, waar angst is, waar het moeizaam is.
God zegt: Ik bevrijd Mijn volk daaruit!

Het doel van die bevrijding lezen we in vers 21.
Het volk wat God voor Zichzelf gevormd heeft, zal Zijn lof vertellen.
Aan wie? Aan anderen die God nog niet kennen.

Jezus maakt deze principes helemaal waar voor ons hier en nu.
Hij maakt ons nieuw en wordt nooit moe om ons te bevrijden.
Zo vormt Hij voor Zichzelf een volk uit alle volken van de wereld.
Het doel is ook niet veranderd:
dat wij als vernieuwde mensen daarvan vertellen aan anderen.

Laten we in 2019
overwinningen behalen – meer vrijheid voor onszelf;
God de eer geven – dat komt Hem toe;
anderen vertellen van die redding – meer mensen nieuw gemaakt, aan Gods volk toegevoegd.

Doe het licht aan

Het volk dan in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood,
over hen zal een licht schijnen.
Jesaja 9:1

 

Jesaja profeteerde ongeveer 700 jaar voor de geboorte van de Heer Jezus de bovenstaande woorden.
Op een heerlijke manier werden ze vervuld door de geboorte van de Heer Jezus,
zijn leven, zijn lijden, zijn sterven en zijn opstanding uit de dood.
De Heer Jezus Zelf zei: Ik ben het Licht van de wereld;
wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen,
maar zal het licht van het leven hebben. (Johannes 8:12)

Met Kerst stonden we er bij stil dat er veel duisternis in deze wereld is. Dat is geen nieuws.
Alles wat negatief en slecht is, alles wat verdriet en angst brengt, alles wat pijn doet en schade toebrengt is duister.
Duisternis is nooit van God. God is licht, en in Hem is in het geheel geen duister. (1 Joh. 1:5)

Het goede nieuws dat Jezus heeft gebracht is dit:
als er duisternis in je leven is, hoef je niet eindeloos tegen dat duister te vechten.
Je hoeft ook niet bang te zijn voor het donker.
Je hoeft alleen maar het licht aan te doen.
Duisternis is de afwezigheid van licht. Zodra het licht aan gaat, is er geen duisternis meer.
Waar licht is kan onmogelijk tegelijkertijd duisternis zijn.

Keer je in gebed tot Jezus, alleen of samen met een paar broeders/zusters en breng wat duister is aan het licht.
Als je met duister te maken hebt, angst, verdriet, negatieve of kwellende gedachten, onreine dromen enz.,
dan hoef je in dat donker alleen maar bij Jezus te komen, met Hem te spreken, naar Hem te luisteren.
Waar Hij bij je mag komen, daar wordt het licht, omdat Hij licht is.
Waar Hij komt, daar brengt Hij licht met Zich mee.
Dat bevrijdt, dat geneest, dat brengt “blijdschap voor het hele volk”.

Blijf hongerig

Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in ​Christus​ ​Jezus​ was,
Die, terwijl Hij in de gestalte van God was,
het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn
Filippenzen 2:5-6

 

Jezus’ gezindheid
Jezus was in de gestalte van God. Hij was er altijd al. Hij is het Woord van God.
Door Jezus is alles geschapen. Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde.

Om geboren te worden als mens moest Jezus Zijn hemelse heerlijkheid afleggen.
Van Almachtige tot één – door Gods Geest – bevruchte eicel,
een grotere vernedering is niet denkbaar.
Van zó almachtig naar zó kwetsbaar…

Niemand heeft Hem daartoe gedwongen. Niemand heeft Hem beroofd.
Jezus wilde Zich vernederen om een wereld te redden.

Waarom?

Uit liefde.

Trots
Pas op voor het tegenovergestelde van nederigheid: Trots.
Trots is vol van zichzelf, gericht op zichzelf en denkt:
“Dat heb ik goed gedaan.”
Ik heb het goed voor elkaar.”
alsof het genoeg is als je jezelf kan redden in dit leven.
Zo wordt trots nogal eens versterkt door rijkdom.
Rijkdom kan namelijk de indruk geven dat je niets meer nodig hebt
en dat is een gevaarlijke gedachte.

Houd honger
God geeft Zijn genade namelijk niet aan mensen die zat hebben.
God geeft Zijn genade aan de mensen die inzien dat ze het nodig hebben.
Daarom zingt Maria (Lucas 2:46-55):

Hij heeft machtigen van de troon gestoten
en nederigen heeft Hij verhoogd.
Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd
en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden.

Laat ons hart niet vetgemest raken,
maar hongerig blijven naar Gods heiligheid,
hongerig naar gerechtigheid voor alle mensen.

Laat ons die gezindheid hebben die Jezus had, Die zich vernederde uit liefde.
Alleen die houding brengt echte vervulling, vrede, veiligheid en vreugde in je leven.

Tot slot – 1 tip:
Die gezindheid, die nederigheid kan je niet zelf opbrengen.
Nederig is alleen als geschenk te krijg.
Vraag Gods Geest jou het vermogen te geven
tot echte liefde die drijft tot echte nederigheid.

Nederig

Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd.
Lucas 1:52

 

De engel Gabriël was glashelder in zijn boodschap aan Maria. Zij zal een Kind krijgen en wat voor Kind:

Een Zoon
Hij zal Jezus heten (betekenis = Jhwh redt) – en Maria zal Hem die naam geven
Hij zal groot zijn
Hij zal Zoon van de Allerhoogste worden genoemd
Hij zal de troon van Zijn (voor)vader David krijgen van God
Hij zal voor eeuwig Koning zijn over het huis van Jacob (het volk Israël) 
Zijn Koninkrijk zal geen einde kennen
Hij zal verwekt worden door de Heilige Geest
Hij zal heilig zijn
Hij zal Gods Zoon genoemd worden

Dit krijgt Maria te horen en haar reactie is kort en bondig:
Ik ben de dienares van de Heer, laat het gebeuren zoals u zei.

Het lied 
Als Gabriël haar een veilige schuilplaats heeft gewezen bij Elizabeth en  Zacharias
zingt Maria haar lied na de begroeting door een geestvervulde Elizabeth (1:46-55).
Waar ze in haar gesprek met de engel weinig woorden gebruikte,
uit ze zich nu uitgebreider vanwege Gods grootheid
en de vreugde die in God als Redder wordt gevonden.
In dit lied spreekt ze twee keer over nederigheid.
Daar kunnen wij wat van leren.

Nederig 1
Allereerst spreekt ze van haar eigen eenvoud, haar nederigheid, haar “nederige staat” (1:48).
Maria is zich bewust dat zij niet bijzonder is. Zij is slecht beschikbaar als “dienares”.
God is bijzonder; Hij gaat iets grootst doen.
Eigenlijk vreemd dat mensen haar alsnog en masse verhogen.
Juist vanwege deze nederigheid kan God in haar leven werken.

Nederig 2
Vervolgens spreek ze van “nederigen” in het algemeen (1:52).
Zij zijn het die door God verhoogd zullen worden.
God gaat grote dingen doen.

Wil je Gods werk ook in jouw leven toelaten, grote dingen zien?
Stel je dan nederig op. Dat past in Zijn Koninkrijk.
Dan kan Hij aan het werk, omdat het niet meer om jou gaat
en kan je zingen van Gods grootheid en de vreugde die Zijn redding brengt.