Create your own web pages in minutes...

Oudejaars
"Trek de wereld in en vertel
het goede nieuws aan iedereen."
Oudejaars

--------------------------------------------------------------------------------

Ester 6:1
In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken.
Toen beval hij het gedenkboek, de kronieken- te brengen en zij werden de koning voorgelezen.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Er zijn in alle tijden theologen geweest die beweerd hebben dat het boek Ester eigenlijk niet in de bijbel thuishoort. en weet u waarom niet?
Omdat in Ester, de naam van God niet éénmaal voorkomt.
Maar de vraag is of dat nodig is?
want in dit bijbelboek kom je misschien niet Gods Naam tegen, maar God zelf!
Zijn volk leidend en beschermend op vaak verrassende wijze.
Dat blijkt direkt al uit de eerste regel van onze tekst: In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken!
Ja dat kan gebeuren er zijn veel meer mensen die wel eens last van slapeloosheid hebben.
Er kunnen allerlei dingen zijn die je als mens bewust of onbewust dwars zitten. Naast de zorgen of verdriet dat je hebt zijn het soms ook verrassende dingen die je opspelen
Overdag heb je er zo geen last van maar ’s nachts gaat opspelen. Mensen en beloftes van lang geleden kloppen weer aan , dringen zich ongevraagd aan je op.
en de één is er wat handiger in die oude koeien weg te moffelen dan de ander; maar op de achtergond doemen hun contouren steeds weer op. Hélemaal weg krijgen we ze meestal niet.
zo lezen we in ESTer: In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken.
Wat is dat dan voor een nacht geweest?
In zekere zin kan je het een Oudejaarsnacht noemen; het is namelijk : een nacht op de grens, een nacht die midden tussen twee levensgrote gebeurtenissen in ligt.
Aan de ene kant is het nog niet zo lang geleden, dat koning Ahasveros één van de vele moord-edicten der geschiedenis tegen de Joden heeft ondertekend.
een edict: verschrikkelijk van inhoud. Luister maar:
Men zal verdelgen, doden en uitroeien alle Joden van knaap tot grijsaard, zelfs kinderen en vrouwen op één dag en men zal hun bezittingen buitmaken.
De vorst heeft nauwelijks met de ogen geknipperd: Acoord, getekend!
aan de andere kant duurt het niet lang meer of het edict zal ten uitvoer gebracht worden: dan zullen zij weer meedogenloos geliquideerd worden enkel omdat zij joden zijn. een nieuwe periode wordt zo ingeluid.
Je zou op het eerste gezicht zegen: Israël is niet meer te redden, want het edict van de een koning kan niet meer herroepen worden.
Iedere poging om Mordechai’s nek uit de strop te redden is nu in feite onmogelijk, want … het is nacht: dwz de koning is niet meer te spreken, hij is in zijn slaapvertrek .. en wie zal hem dáár durven storen, als het overdág al praktisch onmogelijk is om hem ongeroepen te benaderen.
Maar in die nacht in dat super de luxe slaapvertrek ligt zijne majesteit wakker. Waarom?
Omdat hij er toch nog over ligt te tobben?: het is toch wel erg zoveel Joden de dood in te jagen..
Maar nee, een tyran als Ahasveros heeft bij zo’n beslissing niet zoveel gewetenspijn!||
Omdat hij er maar niet achter kan komen wat koningin Ester die hem nu al twee maal beleefd doch dringen ten eten heeft gevraagd daar mee voor heeft?
Ik weet het niet. Iemand als Ahasveros met zijn hele harem van koninginnen zal wel niet liggen piekeren over het eventuele probleem van één van zovelen ook al is het dan zijn uitverkorene.
Omdat het iets anders dwars zit? Iets dat hij niet kan verklaren, iets dat hij geen naam kan geven?
Dat zou het wel eens kunnen wezen..
Maar dé réden dat Ahasveros juist vannacht de slaap niet kan vatten is; omdat God het hem verbiedt.:
Wakker blijven koning: want vannacht ga Ik mijn volk redden!
Als er menselijkerwijs geen redden meer aan is , dat God gaat ingrijpen.
Hier zien we hoe God mensenlevens red door de Koning enkel en alleen zijn slaap te onthouden!
Ahasveros wordt uit zijn slaap gehouden.
het geschenk van de slapeloosheid zou je kunnen zeggen, want op het nippertje kan hij zo nog in reine komen met het verleden.
Slapeloosheid kan óók een zegen zijn!
Wij slapen soms misschien wel eens te gemakkelijk en te vast.
De koning kan de slaap niet vatten en wat blijjkt : hij gaat iets doèn, Nadat hij een tijdje heeft liggen woelen, ontbiedt hij een dienaar en laat zich uit het gedenk boek, de kronieken voorlezen, alles wat er zo het laatst jaar in zijn rijk gebeurd is.
Hij neemt geen slaappoeder, hij neemt geen overmatige hoeveelheid alcohol, maar op de een of andere manier voelt hij: er moet iets zijn. En aangezien alle ins en outs van de koning in de kronieken werden opgetekend, zoekt hij het daar. Er lijkt een besef te zijn van : ik kan de toekomst niet tegemoet gaan, als ik de rekeningen met het verleden niet vereffend heb. Daarom heeft hij de moed in het verleden terug te duiken.
Je zou wel eens wensen dat alle mensen en wereldheersers dat besef uit de slaap zou houden.
want zo doet Ahasveros een geweldige ontdekking, beter gezegd: een ontdekking die geweldige gevolgen heeft: namelijk dat hij tekort is geschoten tegenover de Jood Mordechai, die hem nota bene het leven gered heeft.
Er was namelijk een complot tegen hem, de koning, gesmeed door 2 van zijn hovelingen. Hij had er geen weet van gehad; hij was bijna “wijeln Ahasveros” geweest met een pompeuze uitvaart, maar daar beleef je zelf niet zoveel plezier meer van.
bijna, Dat hij nog leeft is enkel en alleen te danken aan de Jood Mordechai – dat blijkt uit het gedenkboek.
           
            En dan de vraag van de koning in die nacht:
            “Welke eer en onderscheiding is daarvoor aan deze Mordechai bewezen?
” EN het antwoord van zijn hovelingen: “Hem is niets bewezen. U heeft niets gedaan uit dankbaarheid!”.
Dat is de reddende ontdekking van déze nacht!
Wij hebben allemaal ons gedenkboek, of we er nu een dagboek op na houden of niet. Want wij hebben allemaal ons verleden! En onze hersens, waarin dat verleden op uiterst vernuftige wijze ligt opgeslagen – tot in de kleinste bijzonderheden.
Er zijn mensen die een dik gedenkboek hebben – dat zijn de ouderen; zíj lezen er het meest in.
Er zijn ook dunne boekjes van de kinderen en de jongeren. Zij kijken er doorgaans veel minder in.
toch zouden we er allemaal eens in moeten bladeren:
Je kunt er van alles in tegen komen: Je jeugd thuis hopelijk een fijne tijd eigenlijk.En toch maar mopperen. Mopperen tegen vader: dit is niet goed, dat is niet goed; en mopperen tegen moeder: dat is niet goed.
Toch een heerlijke zorgeloze tijd: er werd voor je gezorgd; er werd voor je gedacht.
en op school misschien toch wel vaak het leven van de meesters en juffen moeilijk gemaakt, nu weet je het zijn ook mensen die zich er elke dag weer toe moeten zetten om naar hun werk te gaan.
We bladeren verder: Wij werden groter; wij werden héél groot voor ons gevoel.
toen kwam de liefde éé’n keer of een aantal keer, spanning, je proberen zo mooi en goed mogelijk voor te doen,
Later: de bruiloft, met de belofte voor God en zijn gemeente om je met al je vermogen in te zetten voor het geluk van de ander.
En misschien het moment waarop wij van God ons eerste kind kregen. Wat een prachtige hoofdstukken staan er toch in dat gedenkboek!
Maar ook: In uw gedenkboek zijn er ook andere bladzijden; het is heus niet altijd goed geweest. Er waren ook tijden van zorg, verdriet, eenzaamheid, angst. Zo zijn er bladzijden van tegenspoed, ziekte. Er staat misschien zelfs een bladzijde in met een zwarte rand van rouw er omheen, toen u het liefste missen moest, dat u op aarde bezat – en dat is erg, heel erg!”
Ja, en toch…
Er is er steeds Een die de zon weer door de wolken laat schijnen
Die ons helpt bij het verwerken van uw verdriet?
die ondanks alles wat we zien en beleven en horen er voor zorgt dat we ons toch vast houden aan het geloof
Er is er Een die het licht is door elke duisternis
Een toevlucht voor de levenden en de stevenden. zo zelfs dat sommige mensen op hun sterfbed glimlachen of getuigen: Ik weet ik ga naar Hem toe
Wie wij ook zijn hier in de kerk – als wij in ons gedenkboek bladeren, dan komen wij tot de ontdekking: Er is er ÉÉN goed voor ons geweest, onuitsprekelijk goed!
Vergeet niet: als die Ene met u en met mij gedaan had, naar wat wij in onszelf zijn, naar onze schuld, dan was er veel meer duisternis overgebleven, dan hadden de machten van zonde en dood het laatste woord gehad.
Maar wat is het geval?
ook wij komen wanneer wij onze gedenkboeken lezen tot dezelfde ontdekking als Ahasveros:
Wij komen op een gegeven ogenblik de Jood tegen, Die ons leven heeft gered van de dood –
Wij niet: de Jood Mordechai, maar de Jood: Jezus Christus
Dat er nog bladzijden, nog hoofdstukken in ons boek staan zonder zwarte omlijning, maar boordevol van vreugde – dat is te danken aan de grootste Jood van alle tijden: Jezus van Nazareth!
De zoon van God de vader die aan het begin en aan het einde van onze levens staat en aanwezig is op elke moment daar tussenin!!
En u kunnen ook wij onzelf die vraag stellen die Ahasveros die stelt, die Hij zelf ook niet omzeild heeft
Welke eer en welke onderscheiding hebt u die jood daarvoor dan bewezen? Bent u hem dankbaar geweest en hoe hebt u dat laten blijken?
Ahasveros was niet dankbaar geweest jegens de jood die hem van de dood redde en daarom liet hij zich door een verkeerde vriend verleiden tot een gevaarlijke misdaad.
Ook wij zijn in onze dankbaarheid jegens de Jood die ons leven redde, Jezus Christus het afgelopen jaar tekort geschoten.
Ook wij lieten ons verschillende keren door verkeerde vrienden meeslepen: zoals daar izjn : hoogmoed, haast, ongeduld, eerbejag, hebzucht, ontevredenheid
Vandaag hebben ook wij in ons gedenkboek kunnen lezen,
Zoals Ahasveros eruit voorgelezen werd door zijn dienaar werd ook u eruit voorgelezen door de dienaar des Woords. Ook wij hebben met een schok kunnen ontdekken dat wij in dankbaarheid tekort zijn geschoten.
Zoals het voor Ahasveros niet te laat was, zo voor ons ook niet.
Wij kunnen nog onze schuld belijden zoals de tollenaar in de tempel dat deed toen hij in dat gedenkboek had gelezen en in een hoekje kroop en roep: O God wees mij zondaar genadig!
zoals de moordenaar aan het kruis die vroeg: Denk aan mij wanneer gij in uw Koninkrijk komt!
de gedenkboeken van deze en zulke mensen houdt God, hoe zwart ze ook zouden kunnen zijn, in de stroom van Jeuzs’bloed, dat reinigt wat vuil is en vereeuwigt wat goed is.
Maar dit is nog niet alles, het einde
Het verhaal is hiermee nog niet uit.
Als de schuldbelijdenis van middernacht echt geweest is, dan zal dat blijken uit wat er morgenvroeg gaat gebeuren!
Koning Ahasveros staat de volgende op en begint met dankbaar te zijn.
Hij zegt niet als de het daglicht weer alles tot zijn normale gang van zaken terugbrengt:
Sjonge wat heb ik vannacht weer van een mug een olifant gemaakt!
Hij zegt niet als haman weer bij direkt hem komt de volgende ochtend: Man moet je horen wat ik me toch een muizenissen in het hoofd heb gehaald
Nee hij begint de dag met dankbaar te zijn jegens mordechai de jood die hem het leven heeft gered.
En dan dan is het met de satanische macht van Haman gedaan
En wat gaan wij doen morgen en overmorgen en al de dagen die God ons in zijn geduld schenkt
Gaan we beginnen met dankbaar te zijn, dankbaar jegens Jezus Christus de jood die ons redde van schuld en dood?
Dankbaar jegens Zijn minste broeders?
zoals ook Ahosveros zijn dankbaarheid jegens al Mordechais broeders uitte?
Het beste wat we kunnen doen is erom vragen in gebed.
Want als je erom bidt met je hart dan zegt Jezus:
Hier is ‘t, Ik laat het zomaar in je geopende hart neerdalen:
Mijn blijdschap
Mijn vrede
mijn dankbaarheid
U ziet: het is nog meer dan waar we om vroegen
Net zoals bij Salomo die om wijsheid vroeg en er rijkdom en een lang leven bij kreeg
Een slapeloze nacht, een oudejaarsavond,
dat kàn een zegen zijn
Met de ogen wíjd open het verleden in te kijken, dat kàn een groot geschenk zijn.
Eigenlijjk is het de mooiste voorbereiding op de morgen, op de eerste januari
Eigenlijk is het de enige voorbereiding op de morgen van de Nieuwe dag waarop alles anders wordt.
De nieuwe morgen die God zal scheppen en die Eeuwigheid heet.
amen.
Here God wij bidden u
Wilt u ons iets van de wondere dankbaarheid geven, van uw Zoon Jeuzs die voor hij naar Golgotha ging om ons leven te redden het Brood nam , de dankzegging uitsprak en het teon brak voor ons allen
Ja als wij vanavond in ons gedenkboek lezen over alles wat U voor ons deed maak het dan zo dat het niet blijft bij een vaag gevoel van dankbaarhied mara dat wij morgen in het nuchtere lciht vande nieuwe dag onze danbaarheid gaan omzetten in liefdedaden, jegens hendiewij iets schuldig zijn maar ook jegens hen die ons iets schuldig zijn
Want zo alleen wilt u dat twi ons voorbereiden op de nieuwe dag die u gaat scheppen.
wij danken u dat u dit gebed verhoort bij een ieder het op recht met het hart gebeden heeft!
Dank u zo dat wij ons door u gedragen mogen weten wanneer onze gedachten heen en weer gaan tussen verleden en toekomst, tussen herinneringen en toekomstverwachtingen
tussen rouw en uitzien naar nieuwe leven
Geef ons zo de kracht en de energie en het vertrouwen om aan uw hand het nieuwe jaar in te trekken op weg naar de gouden toekomst!
Het verhaal in dit boek speelt zich af in de stad Susan, het winterverblijf van de Perzische koning.
Ester is een joods meisje dat koningin van Perzie wordt. Op zich al een wonder in een anti-joodse setting.
Zij verhult dan ook in het begin haar afkomst. Haar voogd Mordechai, voorkomt op een goede dag een aanslag op de Koning.
Een van de hoogste rijksambtenaren van de koning heet Haman,
voor hem moet iedereen in de straat buigen
maar Mordechai vertikt dat
Als jood buigt hij alleen voor God.
Daarom verzond Haman een list waardoor hij uiteindelijk toestemming kreeg van de koning om het hele volk van de joden uit te roeien en Mordechai aan een paal op te knopen.
--------------------------------------------------------------------------------

Home         Genezing        Samenkomsten       Preken       Stolwijk       De Rivier       Contact