Genezing: een bijbels principe!
Lees hieronder hoe wij na jaren voorgangers te zijn geweest en voortdurend zieke kinderen hadden, ontdekten dat Jezus gisteren en heden en in de toekomst dezelfde is en de zieken wil genezen. Onze kinderen vonden genezing en daarom bidden wij in elke dienst voor de zieken in ons midden.
Lees hoe onderstaande tekst uit Markus 16 'Deze tekenen zullen de gelovigen volgen, op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden' werkelijkheid werd in ons gezin!
Wij hebben vier kinderen waarvan er drie ernstig ziek zijn geweest. Hier kunt u lezen hoe zij wonderbaarlijk zijn genezen.
De tweede zoon die werd geboren, Bas, bleek na vier weken een afwijking aan zijn urinewegen te hebben die ook schadelijk was voor zijn nieren. Zijn ene nier was twee keer zo groot als zijn ‘normale nier’ vanwege een verwaarloosde infectie. Elke dag moest hij antibiotica innemen, een jaar lang. Daarnaast huilde hij hele nachten van oorpijn en buikpijn die hij van de medicijnen kreeg. Maar het huilen bleef ook aanhouden toen hij buisjes in zijn oren kreeg en de medicijnen aangepast werden.
Foto’s, echo’s en bloedonderzoeken haalden niks uit. De oren gingen weer ontsteken en elf maanden lang liep het vocht uit zijn oren waardoor we soms elke dag naar het ziekenhuis moesten om zijn oren leeg te laten zuigen (anders konden er geen medicijnen worden toegediend).
Na een jaar ging het beter met Bas. De medicijnen voor zijn urinewegen mochten we achterwege laten, de afwijking was door de groei hersteld.
De oren waren een stuk beter.
Soms bleef hij echter ineens huilen en dan was hij alleen nog maar bij mama met een fles melk tot bedaren te brengen.
Zijn gedrag werd moeilijker. Hij had buikpijnen waarbij hij over de grond kroop van de pijn maar ze konden niets vinden. Hij had kaakontstekingen vanwege alle medicijnen die hij had geslikt en die zijn gebit hadden aangetast.
Hij wilde inmiddels niet meer naar school. Hij was nu vier jaar.
’s Ochtends kon hij geen kleren aan zijn lichaam verdragen, alles prikte alles jeukte.
Ondertussen hadden we anderhalf jaar geleden weer een zoon gekregen: Sem. Na acht dagen lag hij in het ziekenhuis; hij bleek een hartsyndroom te hebben (vrij zeldzaam: WPW-syndroom). Hij had een hartslag van 360 slagen per minuut. De monitor kon dit niet registreren, want die kan maar tot 300 per minuut. We zagen langzaam maar zeker het leven uit hem gaan. Na verloop van uren en uren was hij slap en koud, dronk niet en kon niet meer huilen, alleen zijn ogen stonden zo angstig.
Hij heeft het overleefd, ook de andere aanvallen van dit syndroom - dat elk moment toe kon slaan - zijn met medicijnen onderdrukt. Het is een continue zorg, dat je kind elk moment zo’n levensbedreigende hoge hartslag kan krijgen.
Dit kleintje had ook astma. En eindigde een keer met een heftige astma aanval in het ziekenhuis met een zuurstofgehalte van onder de 90!
Zo stapelden de zorgen zich op.
Het was inmiddels december. De jongste was 2 en de middelste van 6 kreeg afschuwelijke astma-aanvallen. Zijn oudste broer kwam ons wakker maken: “Mama, Bas stikt!”
En inderdaad hij kon niet in of uitademen, noch praten. Wij hadden inmiddels vernevel-apparatuur in huis en vernevelden dan de medicijnen. Langzaam kon hij, zij het met vreselijke gerochel, dan weer een beetje ademhalen.
In die periode gebeurde het dat wij soms dagen lang de twee jongste kinderen ieder 6 keer per dag om de vier uur - ook de nacht door - vernevelden.
We konden ons niet herinneren een nacht te hebben doorgeslapen.
Altijd was er die angst, ’s nachts stonden alle slaapkamerdeuren open en sliepen we met één oor open om de eerste tekenen van een “stik-aanval” meteen te kunnen reageren.
In 2002 werden wij verblijd met onze vierde zoon. Als snel werd hij ziek: longontsteking, reflux. Hij kreeg 11 doses medicijnen per dag en werd ook nog verneveld.
In zijn slaap stikte hij steeds bijna, doordat zijn voeding terugliep. Hierdoor kreeg hij ook longontstekingen en astmatische verschijnselen.
Hij sliep naast ons bed. De schoenen stonden naast ons bed om als het moest snel naar het ziekenhuis te kunnen. Het advies was: als hij langer dan tien tellen blauw blijft moet je naar het ziekenhuis komen.
We leefden in nog meer spanning en nog minder nachtrust.
We waren eigenlijk uitgeput.
Hoe kwam het dat onze kinderen zo vaak ziek waren?
Ze hadden astma en in de pastorie waar we woonden stond de schimmel op het behang en was een vochtigheidsgraad die regelmatig 95 (!!) procent bereikte. De omgeving was meer dan slecht voor de kinderen maar God had ons hier geroepen om zijn gemeente te dienen.
Toen waren er mensen in onze gemeente die ons vertelden van de diensten van Jan Zijlstra in Leiderdorp.
En wij zijn eerst gaan kijken wat het was.
Het kwam ons direct puur bijbels voor en we waren onder de indruk.
De kinderen lazen het magazine en concludeerden dat ook de broertjes genezen zouden kunnen worden.
De oudste twee zeiden: “Dan kan Bas ook van zijn astma genezen”.
Maar Bas voegde er zelf aan toe: “Maar mama, als ik ga om genezen te worden, dan kan iedereen wel gaan, want er zijn nog veel meer zieke mensen die nog veel zieker zijn dan ik”.
Wij hebben hem toen verteld dat God zijn ziekte voor hem ook erg vond, dat het ook Gods wil is dat hij ’s ochtends gewoon kan opstaan en aankleden en ‘s nachts rustig kan gaan slapen zonder bang te zijn dat hij het benauwd krijgt.
Toen zijn we op een zondagochtend eerst eens naar een morgendienst in de Levensstroom gemeente geweest. Broeder Co was de voorganger en de kinderen gingen naar de kinderdienst.
Toen ze om 13.00 terugkwamen, na een kinderdienst die drie keer zo lang duurde als in hun eigen gemeente wilden ze nog blijven, zo geweldig vonden ze het.
Op de terugweg vroegen ze of we niet iedere zondag naar Leiderdorp konden om naar de kerk te gaan of we niet konden verhuizen of zo.
Maar dat kan niet. En we vertelden hen dat we een verantwoordelijkheid hadden naar onze eigen gemeente toe.
’s Avonds zei de oudste aan tafel: “Mama, in de kerk vanmorgen heb ik de aanwezigheid van God ervaren. Ik werd warm van binnen en ik voelde het tintelen en ik dacht: dat moet God zijn. Ik wil altijd naar die kerk”.
Wij hebben hem toen uitgelegd dat we dat heel goed begrepen en dat wij het ook heel fijn vonden, maar dat God niet gebonden is aan één bepaalde plaats of gemeente en dat het onze taak is om onze gemeente zo te vormen en te dienen dat God daar ook is en daar ook te ervaren is.
De oudste bleef verlangen naar de diensten in Leiderdorp, en wilde samenvattingen maken van de preken die hij daar hoorde.
De eerst zondag van de volgende maand zijn we naar de genezingsdienst geweest met Bas.
Er is gebeden voor Bas, voor zijn astma. Toen we thuiskwamen was hij vreselijk blij en emotioneel hij wilde direct naar zijn broer die lag te slapen en met tranen in zijn ogen omhelsde hij hem.